Een cyclus die de ene keer 30 en de andere keer 50 dagen duurt, of maanden wegblijft: veel vrouwen leven er jaren mee zonder te weten waarom. Polycysteus-ovariumsyndroom (PCOS) is de meest voorkomende verklaring, en het is met een paar bloedwaarden en een echo goed te onderzoeken.
Wanneer is een cyclus onregelmatig?
De internationale PCOS-richtlijn van 2023 noemt een cyclus onregelmatig als hij, vanaf drie jaar na de eerste menstruatie, korter dan 21 of langer dan 35 dagen duurt, of als er minder dan acht menstruaties per jaar zijn. Een enkele afwijkende cyclus telt niet; het gaat om een patroon.
Hoe vaak komt PCOS voor?
Een meta-analyse van Bozdag en collega's (2016) schat dat, afhankelijk van de gebruikte criteria, 6 tot 10 procent van de vrouwen in de vruchtbare leeftijd PCOS heeft. Volgens de richtlijn is een groot deel daarvan nooit gediagnosticeerd. Het is dus geen zeldzaamheid: in een volle collegezaal zitten er meerdere.
De criteria
Sinds de Rotterdam-consensus van 2003 wordt PCOS vastgesteld als twee van deze drie kenmerken aanwezig zijn, nadat andere oorzaken zijn uitgesloten:
- Weinig of geen eisprongen, meestal zichtbaar als een onregelmatige of uitblijvende cyclus.
- Te veel mannelijk hormoon (androgenen): in het bloed (verhoogd testosteron of een verhoogde vrije-androgeenindex) óf zichtbaar in overbeharing, acne of haaruitval.
- Polycysteuze eierstokken op de echo: veel kleine eiblaasjes. De richtlijn van 2023 staat bij volwassenen een verhoogd AMH toe als alternatief voor de echo.
Bij een onregelmatige cyclus én verhoogde androgenen is de echo dus niet eens nodig voor de diagnose.
Welke bloedwaarden horen erbij
| Waarde | Waarom |
|---|---|
| Testosteron (en SHBG voor de vrije-androgeenindex) | Het biochemische bewijs van te veel androgenen |
| LH en FSH | Bij PCOS is LH vaak relatief hoog; de verhouding is een aanwijzing, geen criterium |
| Oestradiol | Beoordeling van de eierstokfunctie, samen met FSH |
| Prolactine | Sluit een verhoogd prolactine als oorzaak van de onregelmatige cyclus uit |
| TSH | Sluit een schildklierprobleem uit |
| AMH | Vaak verhoogd bij PCOS; bij volwassenen bruikbaar in plaats van de echo |
Prik op dag 2 tot 5 van je cyclus. Komt je menstruatie maandenlang niet, dan mag je op een willekeurige dag prikken; vermeld dat bij de uitslag. Gebruik je de pil, dan onderdrukt die de androgenen en LH: de richtlijn adviseert om minstens drie maanden na het stoppen te meten.
Wat een uitslag betekent
- Verhoogd testosteron plus onregelmatige cyclus: voldoet aan twee criteria. Bespreek de uitslag met je huisarts of gynaecoloog; die sluit zeldzamere oorzaken uit (bijvoorbeeld een bijnieraandoening) en bespreekt behandeling.
- Normale androgenen, onregelmatige cyclus: PCOS is dan alleen aan te tonen met een echo of AMH. Ook een hoog prolactine, een trage schildklier, fors gewichtsverlies of veel sporten kunnen de cyclus verstoren.
- Alles normaal: een onregelmatige cyclus zonder afwijkende waarden komt voor, zeker in de jaren na de eerste menstruatie en in de aanloop naar de overgang.
Waarom het de moeite is om het te weten
PCOS gaat niet alleen over vruchtbaarheid. De richtlijn wijst op een hogere kans op insulineresistentie, diabetes type 2 en een verhoogde bloeddruk, en op stemmingsklachten. Wie de diagnose kent, kan daar vroeg iets mee doen. En wie zwanger wil worden met PCOS, heeft meestal goede opties; de eisprong is vaak met medicatie op gang te brengen.
Bronnen
- Rotterdam ESHRE/ASRM-Sponsored PCOS Consensus Workshop Group. Revised 2003 consensus on diagnostic criteria and long-term health risks related to polycystic ovary syndrome (PCOS). Human Reproduction. 2004;19(1):41–47. doi:10.1093/humrep/deh098
- Teede HJ, Tay CT, Laven JJE, et al. Recommendations from the 2023 International Evidence-based Guideline for the Assessment and Management of Polycystic Ovary Syndrome. Human Reproduction. 2023;38(9):1655–1679. doi:10.1093/humrep/dead156
- Bozdag G, Mumusoglu S, Zengin D, Karabulut E, Yildiz BO. The prevalence and phenotypic features of polycystic ovary syndrome: a systematic review and meta-analysis. Human Reproduction. 2016;31(12):2841–2855. doi:10.1093/humrep/dew218