Kattenbak, rauw vlees, tuinieren: bijna elke zwangere hoort de waarschuwingen over toxoplasmose. Minder bekend is dat een groot deel van de vrouwen de infectie al ongemerkt heeft doorgemaakt en daardoor beschermd is. Of dat voor jou geldt, zie je aan één bloedtest.
Wat toxoplasmose is
Toxoplasma gondii is een parasiet die bij gezonde volwassenen meestal geen of milde griepachtige klachten geeft. Het probleem ontstaat als een vrouw de infectie voor het eerst oploopt tijdens de zwangerschap: de parasiet kan dan via de placenta het kind bereiken, met risico op oog- en hersenschade. De kans op overdracht stijgt met de zwangerschapsduur, terwijl de ernst van de gevolgen juist vroeg in de zwangerschap het grootst is. Wereldwijd gaat het om naar schatting 190.000 gevallen van aangeboren toxoplasmose per jaar.
Wie ooit besmet was, is beschermd
Na een doorgemaakte infectie maakt je lichaam antistoffen die levenslang aantoonbaar blijven en die een nieuwe overdracht naar het kind vrijwel altijd voorkomen. Vandaar de test: Toxoplasmose IgG en IgM.
| Uitslag | Betekenis |
|---|---|
| IgG positief, IgM negatief | Infectie in het verleden doorgemaakt: beschermd in de zwangerschap |
| IgG negatief, IgM negatief | Nooit besmet: niet beschermd, voorzorgsmaatregelen blijven belangrijk |
| IgM positief | Mogelijk een recente infectie; verdere tests nodig (aviditeit, herhaling), via je arts |
Een positief IgM betekent niet automatisch een recente infectie: IgM kan lang aantoonbaar blijven en de test geeft soms een fout-positieve uitslag. Daarom hoort daar altijd aanvullend onderzoek bij.
In Nederland wordt niet standaard op toxoplasmose gescreend. Het beste moment om je status te kennen is vóór of vroeg in de zwangerschap: dan weet je of de voorzorgsmaatregelen voor jou nodig zijn.
Waar de besmetting echt vandaan komt
Een Europees onderzoek in zes steden (Cook en collega's, BMJ 2000) bracht de bronnen bij zwangere vrouwen in kaart. De belangrijkste risicofactor was onvoldoende verhit of rauw vlees, goed voor 30 tot 63 procent van de infecties. Contact met grond verklaarde 6 tot 17 procent. Contact met katten was in dat onderzoek geen zelfstandige risicofactor; het risico zit in de kattenbak (uitwerpselen die meer dan een dag oud zijn) en in grond waarin katten hun behoefte doen, niet in het aaien van de kat.
Wat helpt als je niet beschermd bent
- Vlees goed doorbakken; vermijd rauwe of gedroogde vleeswaren zoals filet américain, carpaccio en rauwe ham.
- Groente en fruit wassen, vooral uit eigen tuin.
- Handschoenen bij tuinieren en handen wassen na grondcontact.
- Laat iemand anders de kattenbak dagelijks verschonen; kan dat niet, gebruik handschoenen.
- Ook in het buitenland opletten: in Zuid-Europa en Zuid-Amerika komt de infectie vaker voor.
Als er toch een infectie is
Wordt een eerste infectie in de zwangerschap vastgesteld, dan kan behandeling met medicatie de overdracht naar het kind waarschijnlijk verminderen, vooral als er snel na de besmetting wordt gestart. De SYROCOT-analyse van 26 cohorten vond aanwijzingen dat behandeling binnen drie weken na de infectie de kans op overdracht verlaagt, al is het bewijs niet sterk. Snel weten is daarom belangrijker dan afwachten.
Bronnen
- Montoya JG, Liesenfeld O. Toxoplasmosis. The Lancet. 2004;363(9425):1965–1976. doi:10.1016/S0140-6736(04)16412-X
- Cook AJ, Gilbert RE, Buffolano W, et al. Sources of toxoplasma infection in pregnant women: European multicentre case-control study. BMJ. 2000;321(7254):142–147. doi:10.1136/bmj.321.7254.142
- Torgerson PR, Mastroiacovo P. The global burden of congenital toxoplasmosis: a systematic review. Bulletin of the World Health Organization. 2013;91(7):501–508. doi:10.2471/BLT.12.111732
- SYROCOT (Systematic Review on Congenital Toxoplasmosis) study group. Effectiveness of prenatal treatment for congenital toxoplasmosis: a meta-analysis of individual patients' data. The Lancet. 2007;369(9556):115–122. doi:10.1016/S0140-6736(07)60072-5