"Na je 35e wordt het moeilijk." Die zin wordt zo vaak herhaald dat hij als een grens voelt. De werkelijkheid is een geleidelijke daling, waarbij de verschillen tussen vrouwen van dezelfde leeftijd groot zijn. Daarom loont het om de cijfers te kennen én je eigen waarden.
De daling is geleidelijk
Dunson en collega's (2004) volgden 782 Europese stellen die hun cyclus bijhielden. De kans om binnen een jaar zwanger te worden bij twee keer per week gemeenschap was ongeveer 92 procent bij 19 tot 26 jaar, 86 procent bij 27 tot 34 jaar en 82 procent bij 35 tot 39 jaar. Per cyclus is de daling na 35 dus merkbaar, maar ruim vier van de vijf vrouwen tussen 35 en 39 zijn binnen een jaar zwanger. De leeftijd van de man telt mee: met een partner van 40 of ouder daalt de kans verder.
Steiner en Jukic (2016) vonden in een Amerikaans cohort van vrouwen van 30 tot 44 een vergelijkbaar beeld: de kans per cyclus daalde vooral na 40, en vrouwen die nog nooit zwanger waren geweest hadden een lagere kans dan vrouwen met een eerdere zwangerschap.
Wat wel sneller verandert: de eicelkwaliteit
Het aantal eicellen daalt met de leeftijd, maar het is vooral de kwaliteit die uitmaakt. Met de jaren stijgt het aandeel eicellen met een chromosoomafwijking, en dat vertaalt zich in een hoger miskraamrisico: rond 10 procent bij vrouwen onder de 30, oplopend tot ruim 30 procent rond het 40e jaar en hoger daarna. Daarom hoort bij "zwanger worden" ook "zwanger blijven".
De klassieke bron van de 35-grens
De veel aangehaalde daling na 35 komt uit historisch onderzoek naar bevolkingen zonder anticonceptie (Menken, Trussell en Larsen, Science 1986), waarin het aandeel vrouwen dat kinderloos bleef vanaf 35 duidelijk steeg. Dat onderzoek beschreef groepen, geen individuen, en stamt uit een tijd zonder moderne vruchtbaarheidsbehandelingen. Het is nog steeds de reden dat richtlijnen na 35 eerder onderzoek adviseren, niet een reden om aan te nemen dat het bij jou niet meer lukt.
Wat je zelf kunt meten
- AMH geeft een beeld van je eicelvoorraad. Het voorspelt niet of je spontaan zwanger wordt (Steiner, JAMA 2017), maar wel hoe je eierstokken op een ivf-stimulatie reageren en hoeveel tijd je ongeveer hebt. Een lage waarde op je 36e is een andere situatie dan een hoge.
- FSH en oestradiol op dag 2 tot 5 vullen dat beeld aan.
- TSH en prolactine sluiten uit dat een schildklier- of prolactineprobleem de cyclus verstoort.
- Progesteron in de tweede cyclushelft bevestigt dat er een eisprong is.
Wat de richtlijnen adviseren
Onderzoek na zes maanden proberen in plaats van een jaar als je 36 of ouder bent (NICE). Niet omdat de kans ineens klein is, maar omdat de tijd om eventuele behandelingen te doen korter is. Wie een kinderwens uitstelt en wil weten hoeveel ruimte er is, kan met AMH en een cyclusonderzoek een geïnformeerde keuze maken, ook over eicellen invriezen.
Samengevat
Na 35 daalt de kans per cyclus, stijgt het miskraamrisico en wordt tijd belangrijker. De meeste vrouwen tussen 35 en 39 zijn binnen een jaar zwanger. Ken je eigen waarden, zoek na een half jaar hulp, en laat je niet leiden door een grens die uit bevolkingsstatistiek komt.
Bronnen
- Dunson DB, Baird DD, Colombo B. Increased infertility with age in men and women. Obstetrics & Gynecology. 2004;103(1):51–56. doi:10.1097/01.AOG.0000100153.24061.45
- Steiner AZ, Jukic AM. Impact of female age and nulligravidity on fecundity in an older reproductive age cohort. Fertility and Sterility. 2016;105(6):1584–1588. doi:10.1016/j.fertnstert.2016.02.028
- Menken J, Trussell J, Larsen U. Age and infertility. Science. 1986;233(4771):1389–1394. doi:10.1126/science.3755843
- Steiner AZ, Pritchard D, Stanczyk FZ, et al. Association Between Biomarkers of Ovarian Reserve and Infertility Among Older Women of Reproductive Age. JAMA. 2017;318(14):1367–1376. doi:10.1001/jama.2017.14588
- National Institute for Health and Care Excellence. Fertility problems: assessment and treatment. Clinical guideline CG156. 2013, geactualiseerd 2017.